Wat is bio-industrie?

plofkip
Wat is bio-industrie?

De bio-industrie produceert met zo min mogelijk tijd, geld en moeite zo veel mogelijk kilo’s vlees, melk of eieren. Dat levert miljarden op. Tegenstanders maken zich zorgen over de leefomstandigheden van de dieren en de gevolgen voor het milieu. Hoe ontstond de bio-industrie en wat zijn de gevolgen ervan?

1

Hoe ontstaat de bio-industrie?

Bio-industrie ontstaat in de jaren twintig in Amerika. Kippenhoudster Cecile Steele ontdekt dan per toeval een nieuwe manier om geld te verdienen. Zij bestelt vijftig kuikens om wat bij te verdienen aan de eieren. Maar als ze per ongeluk vijfhonderd kuikens krijgt aangeleverd, besluit ze die niet terug te sturen. Ze laat een klein binnenhok bouwen en geeft ze te eten. Als de dieren een kilo wegen gaan ze naar de slacht. Het vlees levert veel meer op dan ze voor de eieren van de kip zou hebben gekregen. Het nieuws van mevrouw Steeles goede bijverdiensten verspreidt zich snel over de regio en overal duiken dit soort kippenfarms op.

bio_legbatterij

Een legbatterij met 10.000 kippen levert ongeveer 54.000 eieren.

 © ANP
2

Hoe ontwikkelde de bio-industrie zich in Nederland?

Na de Tweede Wereldoorlog komt de bio-industrie in Nederland van de grond. Nederlanders verdienen in deze tijd steeds meer en hebben daardoor het geld om vaker vlees te eten. Dat vlees moet ergens vandaan komen en de boeren vergroten hun bedrijven. In Brabant en De Peel is de grond niet geschikt voor akkerbouw en daarom moedigt de overheid boeren daar aan om over te schakelen op de bio-industrie.

Op de arme zandgronden in Brabant en De Peel worden boeren door de overheid aangemoedigd om over te schakelen op de bio-industrie.

De overheid wil dat boerenbedrijven zich nog maar op één onderdeel richten. Een boer houdt dan bijvoorbeeld alleen maar kippen, varkens of melkkoeien. Het ministerie van Landbouw, onder leiding van minister Sicco Mansholt, helpt de boeren om deze overstap te maken. Boerenbedrijven worden nog groter vanaf 1957. Dankzij de oprichting Europese Economische Gemeenschap (EEG) in dat jaar kunnen boeren hun producten in veel meer landen verkopen.

Alles moet zo efficiënt mogelijk verlopen. Het stro verdwijnt uit de stallen. Zo veel mogelijk kippen, varkens en koeien worden op zo min mogelijk vierkante meters gehouden. Ze komen maar één keer buiten in hun hele leven: om naar de slachterij te gaan. Kippen worden speciaal gefokt om zo veel mogelijk eieren te leggen en slachtdieren moeten zo zwaar mogelijk worden.

bio_varkensvlees
3

Hoe ontstond de weerstand tegen de bio-industrie?

In de jaren zestig is er maar weinig aandacht voor dierenwelzijn. De bio-industrie is volgens veel mensen vooral iets positiefs. Deze manier van landbouw is een technisch hoogstandje. Dat miljoenen dieren lijden onder zo veel mogelijk efficiëntie is bij de meeste mensen onbekend en er is dan ook geen discussie over.

Toch komt er eind jaren zestig verzet tegen de slechte leefomstandigheden van de dieren. In 1971 wordt Lekker Dier opgericht. Dit is de eerste dierenrechtenorganisatie die het opneemt voor de dieren in de Nederlandse schuren en stallen.

Reportage over het groeiend verzet tegen de bio-industrie vanaf het begin van de jaren zeventig.

In de voetsporen van Lekker Dier volgen andere dierenrechtenorganisaties die zich afzetten tegen de bio-industrie. Onder andere de Dierenbescherming, Wakker Dier en Varkens in Nood verzetten zich nog altijd tegen het dierenleed in de veeteelt. Ook de in 2002 opgerichte Partij voor de Dieren strijdt voor dierenrechten.

Tegenwoordig verzetten dierenrechtenactivisten zich niet alleen meer tegen de boeren, maar ook tegen de supermarkten. Supermarkten willen namelijk dat vlees zo goedkoop mogelijk is zodat ze kunnen stunten met hun kiloknaller. Ze betalen de boeren zo weinig dat het onmogelijk is om goed voor de dieren te zorgen.

kiloknallers
De kiloknaller.
 © ANP

Vanaf 2009 gebruiken dierenwelzijnsorganisaties de term “bio-industrie” niet meer. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen de term verwarren met de biologische veehouderij, een vorm van veehouderij waarbij de dieren juist meer ruimte hebben en buiten komen. De organisaties bedenken daarom een nieuwe term: vee-industrie. Een ander woord voor bio-industrie, bijvoorbeeld gebruikt door de Nederlandse overheid, is intensieve veehouderij.

4

Hoeveel is de bio-industrie waard?

De intensieve veehouderij verzorgt ons vlees en onze zuivel. Maar de intensieve veehouderij is ook belangrijk omdat ze Nederland miljoenen euro’s oplevert. We exporteren het merendeel van ons vlees en nieuwe landbouwtechnieken voor veel geld. De totale waarde van de bio-industrie loopt in de miljarden euro’s.

Nederland is voorloper op het gebied van landbouwtechnieken. Computersystemen houden de stallen nauwkeurig in de gaten. Er bestaan broedmachines voor kippeneieren die zo zijn afgesteld dat alle eieren tegelijk uitkomen. En je hebt computersystemen die kunnen meten of de dieren ziek zijn. De computer stelt daar dan weer automatisch een hoeveelheid antibiotica op af. Deze technieken worden over de hele wereld verkocht.

"Steeds minder boeren die steeds meer produceren, steeds efficiënter, steeds innovatiever." De hele aflevering zien? Kijk op NPO Start

5

Wat zijn de gevolgen van bio-industrie voor het milieu?

De intensieve veehouderij heeft veel milieunadelen. Om al die kilo’s vlees te produceren, moeten de dieren ook vele kilo’s voer krijgen. Daarvoor is landbouwgrond nodig. Het grootste deel van het Nederlandse veevoer komt uit het buitenland. Voor dat voer is weer landbouwgrond nodig, en om dat te maken worden in landen als Brazilië en Thailand bossen gekapt. Dat is erg slecht voor de biodiversiteit.

mest in koeienstal
 © ANP

Nog een nadeel: al die beesten produceren poep. Een beetje mest is niet erg; daar kun je akkers weer mee bemesten. Maar in de afgelopen decennia is er in Nederland zo veel poep de grond ingegaan dat er de bodem en het grondwater vergiftigd raken door fosfaat en ammoniak. Dat heeft weer invloed op de natuur. Zo groeien bepaalde algen heel goed op meststoffen, zo goed dat oppervlaktewater kan veranderen in een zuurstofarme, groene soep. In dit water kan door gebrek aan licht en zuurstof niets anders meer leven. Inmiddels zijn er zelfs ‘dead zones’: water waar alleen nog maar algen leven. Wereldwijd zijn er meer dan vierhonderd van dit soort zones, vooral op plekken waar rivieren in zee uitmonden.

Ook voor mensen levert de uitstoot uit de bio-industrie gevaar op. Mensen met COPD en astma die vlakbij grote veeteeltbedrijven wonen hebben bijvoorbeeld meer medicijnen nodig. En ook mensen zonder longaandoening hebben in dit soort gebieden vaker last van longontstekingen en luchtweginfecties. Ook uitbraken van besmettelijke ziektes zoals Q-koorts beginnen vaak bij grote veeteeltbedrijven.

De intensieve veehouderij heeft een enorme invloed op de gezondheid. Omwonenden van veehouderij hebben meer luchtwegklachten. 

En dan zijn er nog de boeren en de scheten die de dieren laten. Vooral herkauwers, zoals koeien en schapen, kunnen er wat van. Bij hun scheten en boeren komt het broeikasgas methaan vrij. De Verenigde Naties schatten dat de veeteelt verantwoordelijk is voor 14,5 procent van alle broeikasgassen.

Onderzoekers proberen al jaren om met ander voer ervoor te zorgen dat het vee minder gassen uitstoot. Dat wil nog niet echt lukken. Zo blijkt knoflook in een laboratorium heel goed te werken, maar in de praktijk wordt de methaanuitstoot er niet minder door. De stallen stinken nog erger dan anders en de melk heeft ineens een knoflooksmaakje tijdens dit experiment.

Als gevolg van deze milieuschade gaan consumenten en de politiek steeds meer nadenken over intensieve veehouderij. We gaan steeds minder vlees eten en de regering neemt maatregelen. De stikstofuitstoot moet bijvoorbeeld omlaag, en de bedrijven moeten weer kleiner worden.

kwatrijnstal
In 2015 is de eerste Kwatrijnstal geopend, een duurzame melkveestal. Het scheiden van mest en urine zorgt voor minder ammoniakuitstoot.
 © ANP

In het kort

  • Na de Tweede Wereldoorlog komt de bio-industrie naar Nederland. De overheid helpt boerenbedrijven om groter te worden. Alles draait om efficiëntie en kippen, varkens en koeien worden op zo min mogelijk vierkante meters gehouden. 

  • Intensieve veehouderij betekent veel en goedkoop vlees. Maar vanaf eind jaren zestig ontstaat er weerstand tegen deze manier van veehouderij. 

  • Nederland verdient miljarden aan de intensieve veeteelt. Zowel door de hoeveelheid voedsel die we exporteren als door nieuwe technieken die de grens over gaan.

  • De intensieve veehouderij is slecht voor het milieu. Zo is er veel landbouwgrond nodig waar bossen voor moeten worden gekapt. Door het mest van de beesten raken de bodem en het water vergiftigd.

En je weet het!

Anderen het laten weten?

Ook interessant

om te weten