
Wat is TOS?
Presentator
Ronja studeerde Cultural Analysis aan de Amsterdam University College, met een focus op gender en intersectionaliteit. Daarna werkte ze als onderzoeksjournalist op verschillende redacties. Verder houdt ze van schrijven, winkelen en haken.
Ronja Boer
TOS komt voor bij zo’n 5% van de basisschoolkinderen. Dat is ongeveer net zo vaak als dyslexie, terwijl je daar vaker over hoort. Bij TOS heb je moeite met taal in de 'brede zin'. Dat betekent dat je moeite hebt met alles waarbij je taal gebruikt, bijvoorbeeld praten, nadenken, dingen plannen en begrijpen wat anderen bedoelen. Dat is anders dan dyslexie, waarbij mensen vooral moeite hebben met spellen en lezen.
Als je een taalontwikkelingsstoornis hebt, leggen je hersenen niet meteen de link tussen woorden en wat ze betekenen. Daardoor vind je het soms ook moeilijk om de juiste klanken uit te spreken. Je spreekt misschien in korte zinnen en kan klanken niet meteen van elkaar onderscheiden. De meeste mensen horen bijvoorbeeld snel het verschil tussen ‘rat’ en ‘kat’, maar als je TOS hebt hoor je dat niet altijd.
Je begrijpt dus ook niet altijd wat andere mensen zeggen en komt misschien niet even makkelijk op de juiste woorden om te uiten hoe je je voelt. Daardoor kan je soms bijvoorbeeld moeite met sociale contacten leggen of stil of verlegen overkomen.
TOS is voor iedereen verschillend en als je TOS hebt is er niet iets mis met je intelligentie. Je hebt alleen moeite met het verwerken van taal. En daar kan je beter in worden als je veel oefent, bijvoorbeeld met een .