
Waarom worden voedselbonnen gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog?
Presentator
Lisa Wade is journalist en programmamaker. Ze heeft onder andere het Klokhuis en 13 in de oorlog gepresenteerd.
Lisa Wade
Tijdens de nemen de Duitsers veel spullen uit Nederland mee. Dit gaat bijvoorbeeld om voedsel, kleding en benzine. Die producten zijn nodig voor het Duitse leger. Maar daardoor blijft er steeds minder over voor de Nederlandse bevolking.
Om de overgebleven spullen te verdelen, gebruiken mensen voedselbonnen (ook wel distributiebonnen) om bepaalde producten te kunnen halen. Die bonnen moet je eerst kopen en zijn bedoeld om aan te geven hoeveel je ergens van mag halen. Voor brood heb je bijvoorbeeld een broodbon nodig. Voor boter is er een boterbon en voor vlees een vleesbon. Zijn je bonnen op, dan kan je dat product voorlopig niet meer krijgen.
Omdat de oorlog steeds langer duurt, wordt het ook steeds moeilijker om aan bepaalde producten te komen. Dus zelfs als je er een bon voor hebt, weet je niet zeker dat je ook echt een brood kan kopen. Mensen gaan daarom steeds vroeger in de rij staan bij winkels. Zo hopen ze iets te kunnen kopen voordat alles op is. Verder zoeken mensen andere oplossingen, zoals een auto die op hout rijdt. Maar er ontstaan ook zwarte markten en mensen proberen op allerlei manieren zelf eten te verbouwen of te ruilen.
Daarnaast gaat de kwaliteit van spullen tijdens de oorlog ook snel achteruit. Bijvoorbeeld echte koffie is moeilijk te krijgen en wordt nu onder andere van gebrande eikels gemaakt. Ook zeep en tabak worden vervangen door producten van mindere kwaliteit.
Aan het einde van de oorlog hebben de voedselbonnen op sommige plekken helemaal geen zin meer. De voedseltekorten zijn dan in het noorden en westen van Nederland zo groot dat mensen omkomen van de honger. Dit wordt de Hongerwinter genoemd, ontdek hier meer in ons verhaal: Wat is de Hongerwinter?
Bekijk alle afleveringen van de serie 13 in de oorlog op NPO Start.