
Wie is Karl Popper?
De jonge Oostenrijkse Popper is communist. Op een gegeven moment zet de communistische partijtop arbeiders aan tot het bestormen van een politiebureau waar aanhangers van het communisme gevangen zitten. De politie opent het vuur en 12 mensen sterven. Het is voor Popper reden om met het te breken. Hij vindt dat je niet zomaar mensenlevens kan opofferen voor een hoger doel.
In zijn filosofie speelt kritisch denken ook een belangrijke rol. Ideeën, wetten of theorieën moeten volgens Popper altijd openstaan voor kritiek, ook als dat betekent dat ze worden afgewezen. Sterker nog: verwerping, en niet bevestiging, is volgens hem vooruitgang. Je moet altijd op zoek gaan naar de zwarte zwaan. Of, in simpele taal: naar bewijs dat jouw ideeën tegenspreekt. Dat geldt voor zowel wetenschap als politiek.
In de jaren 30 van de vorige eeuw ziet Popper hoe Europa buigt voor het . Zelf is hij joods en vlucht naar Nieuw-Zeeland. Daar schrijft hij een werk waarin hij oproept tot een open samenleving en vrijheid van denken en spreken. Dat werk, The open society and its enemies (De open samenleving en haar vijanden), is één van de belangrijkste politieke werken van de 20ste eeuw.
Hierin omschrijft hij wel dat in zo'n open en vrije samenleving niet iedereen volledig vrij zijn om hun mening te uiten. Sommige meningen gaan namelijk weer ten koste van de vrijheid van anderen. Daardoor kan uiteindelijk de vrijheid van iedereen juist verminderen. Als een sportclub bijvoorbeeld wilt dat iedereen geaccepteerd wordt, moet een lid dat anderen discrimineert toch worden weggestuurd, omdat de acceptatie van de rest anders niet mogelijk is. Ook staat Popper bekend om de uitspraak dat “optimisme een morele plicht is”. Door namelijk positief over de toekomst na te denken, zal je je ook sneller inzetten om de samenleving ook echt beter te maken.
Meer weten over grote denkers? Bekijk dan hier de hele collectie.