Hét kennisplatform van de NPO

Toegankelijkheid
Een trekker is een akker aan het bemesten ANP

Wat is intensieve landbouw?

Artikel
Nederland staat wereldwijd bekend om zijn intensieve landbouw. Bij deze manier van landbouw proberen boeren zoveel mogelijk te produceren per stuk grond. Het gaat vaak om voedsel, maar ook om bijvoorbeeld bloemen of planten. Om de productie hoog te houden gebruiken ze onder andere grote machines, speciaal veevoer, (kunst)mest en bestrijdingsmiddelen.

Redacteur:

Wat is het doel van intensieve landbouw?

Landbouw is het verbouwen van en het houden van dieren om voedsel en andere producten te maken. Er zijn verschillende soorten landbouw, zoals , (veehouderij) en . In ons land is 1,8 miljoen landbouwgrond beschikbaar. Het boerenland neemt hiermee bijna de helft van ons in. Het grootste deel daarvan is in gebruik voor gras en veevoer. Intensieve landbouw komt in ons land het meest voor. Daarom wordt het ook wel reguliere of gangbare landbouw genoemd.

Het doel van intensieve landbouw is om een hoge productie van vlees en gewassen te halen. Daarvoor zetten boeren verschillende middelen in. Zo zorgen grote landbouwmachines ervoor dat boeren het werk sneller en met minder mensen kunnen doen. Ook gebruiken boeren mest om gewassen te laten groeien. En ze zetten bestrijdingsmiddelen in om onder andere onkruid, insecten en ziekten te voorkomen en bestrijden. Op deze manier kunnen ze grote hoeveelheden voedsel relatief goedkoop leveren.

Een hakselaar is graan aan het oogsten ANP

Een hakselaar is graan aan het oogsten.

Hoe is intensieve landbouw ontstaan?

Na de Tweede Wereldoorlog is onze landbouwgrond voor een groot deel verwoest. Daarom zijn we in die tijd afhankelijk van voedsel uit vooral Canada en de VS. Onze minister van Landbouw, Sicco Mansholt, bedenkt een plan om onze eigen voedselproductie te herstellen zodat we geen honger meer lijden.

Grote landbouwbedrijven zijn volgens hem hiervoor het meest geschikt. Die kunnen met zo min mogelijk tijd, geld en inspanning, zo hoog mogelijke opbrengsten behalen. Boeren kunnen hiermee ook een goed inkomen verdienen, denkt hij. En doordat er minder handen nodig zijn, kan een groot deel van de bevolking dat nog in de landbouw werkt in de industrie of andere sectoren werken. Nederland kan door de grote landbouwmachines en tractoren kopen. Daarnaast komt meer  ons land binnen voor de veehouderij. Hiermee kan goedkoop vlees, eieren en melk geproduceerd worden.

Maar de Nederlandse landbouwgrond is nog ongeschikt voor grootschalige landbouw. Onze landbouwgrond bestaat namelijk vaak uit losse stukken grond die niet bij elkaar liggen en moeilijk bereikbaar zijn. Als oplossing ruilen boeren grond met elkaar, waardoor ze grotere, rechte stukken grond krijgen. Dit heet ruilverkaveling. Boeren kunnen daardoor makkelijker grote machines gebruiken en dus sneller zaaien en oogsten. De ruilverkaveling verandert het boerenlandschap flink:

"Overal in Nederland wordt het platteland steeds kaler en eenvormiger."

In 1968 introduceert Mansholt één landbouwbeleid voor heel Europa. Boeren krijgen om meer te produceren. En de zekerheid dat ze hun producten voor een vaste prijs kunnen verkopen.

In de jaren 70 krijgt Mansholt spijt van zijn plannen. De waarschuwt in een rapport dat de aarde 100 jaar later overbelast zal zijn als we zo doorgaan. Hij beseft dat hij onvoldoende aandacht had voor de gevolgen van intensieve landbouw. De goedkope productie van gewassen, vlees, eieren en melk is een probleem geworden. In de jaren erna pleit hij voor een duurzame vorm van landbouw.   

"Ik geloof dat we nog geen stap verder zijn."

Wat zijn de gevolgen van intensieve landbouw?

In de loop der jaren is er steeds meer discussie ontstaan over intensieve landbouw. Bijvoorbeeld vanwege de gevolgen voor de natuur en het klimaat, het welzijn van dieren en onze gezondheid.

Gezondheidsrisico’s
In ons kleine land wonen ruim 18 miljoen mensen en miljoenen dieren dicht op elkaar. Hierdoor is de kans groter dat ziekten overspringen van dier op mens. We noemen dat zoönosen. Een voorbeeld is Q-koorts, een ziekte die in 2007 uitbreekt in de buurt van geitenboerderijen in Brabant. Tussen de 50.000 en 100.000 mensen raken besmet en meer dan 100 mensen overlijden. De voorzitter van een belangenvereniging voor Q-koortspatiënten snapt niet waarom minister van Landbouw Carola Schouten de geitenveestapel alsnog laat doorgroeien:

"We blijven maar doorademen in die vieze zooi."

Een andere zorg is het gebruik van antibiotica in de vleesindustrie. Dit kan leiden tot resistentie bij patiënten in ziekenhuizen. Antibioticaresistentie betekent dat bepaalde bacteriën niet langer gevoelig zijn voor bepaalde antibiotica. Daardoor werken de medicijnen niet meer goed. Door ingrijpen van de overheid is dit gebruik vanaf 2009 flink verminderd. Maar er zijn ook zorgen over andere middelen en medicijnen, zoals anti-schimmelmiddelen: 

Schimmelkundige Eveline Snelders en medisch schimmeldeskundige Ferry Hagen vertellen hoe de ontwikkeling van anti-schimmelmiddelen voor de landbouw de gezondheidszorg in de weg zit. Bekijk de hele aflevering van Focus (NTR) over schimmels via NPO Start. 

Dierenwelzijn
Ook het welzijn van dieren kan onder druk staan in de intensieve veehouderij. De intensieve veehouderij wordt ook wel de vleesindustrie, vee-industrie of bio-industrie genoemd. We hebben in Nederland per vierkante kilometer de meeste koeien, schapen en geiten van Europa. Het grootste deel wordt in korte tijd vetgemest en geslacht. Per dag gaat het gemiddeld om zo’n 1,5 miljoen dieren. Ook worden veel dieren gehouden voor bijvoorbeeld hun melk of eieren.

Dierenorganisaties, overheidsinstanties en politiek maken zich zorgen over het dierenwelzijn in delen van de veehouderij. Om veel te produceren, worden veel dieren bij elkaar gehouden. Daardoor hebben dieren weinig ruimte en kunnen ze vaak niet doen wat ze van nature doen, zoals scharrelen of naar buiten gaan. Dat kan onder andere leiden tot stress, verveling en gezondheidsproblemen. 

Ook worden dieren op zo’n manier gefokt dat ze de hoogste opbrengst opleveren. Maar dat kan ten koste gaan van hun gezondheid. ‘Plofkippen’ kunnen bijvoorbeeld vaak niet goed meer lopen, doordat ze heel snel groeien. Daarnaast worden dieren over lange afstanden door Europa vervoerd, met stress, verwondingen, ziekte of zelfs sterfte tot gevolg. 

Een volle stal met witte geiten die dicht op elkaar levenANP

Geiten in een melkgeitenhouderij.

Schade aan klimaat en natuur 
Intensieve landbouw draagt bij aan klimaatverandering doordat er veel broeikasgassen vrijkomen. In de veehouderij gebeurt dat bijvoorbeeld bij koeien. Koeien produceren namelijk het sterke broeikasgas methaan bij het verteren van hun voedsel:

Een veeteeltonderzoeker van de Wageningen Universiteit legt uit dat koeien methaan uitstoten via hun adem en door te boeren. Dit komt omdat ze herkauwers zijn.

© Focus (NTR)

Ook bij de productie van kunstmest en veevoer komen broeikasgassen in de lucht. Voor veevoer wordt bijvoorbeeld veel soja verbouwd, zowel in Nederland als in het buitenland. Nederland importeert jaarlijks 8,1 miljard kilo soja. Bijna de helft daarvan komt uit Brazilië, zoals uit het Amazonegebied. Daarvoor worden veel bossen gekapt, wat ook voor CO2-uitstoot zorgt. Dat draagt allemaal bij aan de klimaatcrisis. 

Intensieve landbouw heeft ook andere gevolgen voor de natuur, zoals het verlies van . Een belangrijke oorzaak hiervan is de grote hoeveelheid stikstof die door de landbouw vrijkomt, met name ammoniak. Bijna 90% van de ammoniakuitstoot in Nederland komt van de veehouderij. Ammoniak komt vooral vrij door poepende en plassende dieren. Als poep en plas mengen ontstaat . De ammoniak die opgelost zit in deze mest kan verdampen. Dat gebeurt in stallen of als boeren drijfmest uitrijden. Stikstof zit overigens niet alleen in dierlijke mest, maar ook veel in .

Veel ammoniak komt uiteindelijk in onze lucht, ons water en onze bodem terecht. De bodem wordt hierdoor zuurder. Planten die van stikstof houden, zoals brandnetels en bramen, groeien hier goed op. Maar veel andere planten sterven af. Met als gevolg dat ook veel insectensoorten die afhankelijk zijn van deze planten doodgaan. Dat is schadelijk voor de biodiversiteit, legt hoogleraar Jan Willem Erisman uit:

"De toekomst van de landbouw is afhankelijk van wat de natuur biedt. En hoe minder biodiversiteit je hebt, hoe meer je afhankelijk wordt van middelen om te zorgen dat je die productie kan volhouden. Het is een vicieuze cirkel."

Stikstof is hier dus een belangrijke oorzaak van, maar niet de enige. Zo zijn, zoals eerder genoemd, door veel kleine stukken grond samengevoegd. Daardoor verdwenen heggen, struiken en andere leefgebieden van planten en dieren. Daarnaast verstoort regelmatig de leefomgeving van planten en dieren in de bodem. En bestrijdingsmiddelen raken ook planten en dieren waarvoor ze niet bedoeld zijn. Dit alles bij elkaar zorgt dus voor een verlies van biodiversiteit. En dat zorgt ervoor dat onze natuur kwetsbaarder wordt voor onder andere overstromingen, ziektes en droogte.

Vervuiling van water
De gevolgen van onder andere mest en bestrijdingsmiddelen zijn niet alleen op het land te merken. Een deel ervan komt ook in ons en terecht. Vrijwel overal waar in Nederland de waterkwaliteit getest wordt, haalt het de normen voor schoon en gezond water niet. De landbouw speelt daar een belangrijke rol in.

Meststoffen die niet door planten worden opgenomen, spoelen bijvoorbeeld uit in het grondwater. Er komen daardoor te veel voedingstoffen in het water. Hierdoor kunnen en flink groeien, waardoor het water minder helder kan worden en er minder licht en zuurstof beschikbaar is. Vissen en waterdieren kunnen hierdoor sterven. 

Oud-minister van Landbouw Sicco Mansholt vertelt in de jaren 90 al hoe de sloten dood zijn geworden en veel van de bloemen, planten en insecten daar verdwenen zijn.

Hoe kunnen we schadelijke gevolgen van intensieve landbouw verminderen?

Om de schadelijke effecten te beperken, zijn verschillende veranderingen nodig in de landbouw. En boeren kunnen die niet alleen voor elkaar krijgen. De overheid speelt hier een belangrijke rol in. Bijvoorbeeld door duidelijke regels en wetten in te voeren, boeren te helpen om anders te werken en onderzoek naar nieuwe technieken te steunen. 

Zo zijn er regelingen die moeten helpen om de veestapel te verkleinen, wat volgens deskundigen een belangrijke manier is om de schadelijke gevolgen van intensieve landbouw te verminderen. Boeren kunnen bijvoorbeeld geld krijgen als ze minder dieren houden of vrijwillig stoppen met hun bedrijf. Want minder dieren betekent onder andere minder mest en minder uitstoot van stikstof en methaan. 

Ook kan de overheid boeren stimuleren om hun manier van werken aan te passen, bijvoorbeeld via regelingen en . Minder , , en minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruiken zorgen er bijvoorbeeld voor dat de bodem, het water en de natuur minder worden belast. De landbouw zou bijvoorbeeld meer groene kunstmest kunnen gebruiken, zoals een kunstmestleverancier in het volgende fragment vertelt:

Voorbeelden van alternatieven voor kunstmest zijn mest van gemalen schelpen of gebroken eierdoppen.

Daarnaast stimuleert de overheid sinds kort een overstap naar meer natuurvriendelijke landbouw, zoals regeneratieve of biologische landbouw. Daarbij is meer aandacht voor de natuur en dierenwelzijn.

Ook grote bedrijven spelen een belangrijke rol. Supermarkten en voedselproducenten bepalen bijvoorbeeld welke producten ze inkopen, hoeveel ze daarvoor betalen en wat er in de winkel ligt. Daarmee hebben ze invloed op hoe boeren produceren en op de keuzes die burgers maken. De overheid kan met regels en afspraken beïnvloeden welke keuzes deze bedrijven maken en zo duurzamere producten makkelijker en betaalbaarder maken. 

Verder kan je ook als burger bijdragen aan verandering. Bijvoorbeeld door minder vlees en meer plantaardig voedsel te eten of vaker biologisch te kopen.

Dit artikel is gecheckt door Niko Wojtynia, universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

In het kort:
  • Nederland staat wereldwijd bekend om zijn intensieve landbouw. Bij deze manier van landbouw is alles gericht op een hoge opbrengst per stuk grond. 

  • De intensieve landbouw zorgt voor een hoge productie van vlees en ander voedsel. Onder andere machines, kunstmest en bestrijdingsmiddelen zorgen voor een hoge en goedkope voedselproductie. 

  • Over de intensieve landbouw is in de loop der jaren steeds meer discussie ontstaan vanwege de schadelijke gevolgen voor mens, dier en natuur.  

  • De intensieve landbouw draagt bij aan de opwarming van de aarde, het verlies van biodiversiteit en verslechtering van de waterkwaliteit. Ook zijn er zorgen over gezondheidsrisico’s voor mensen en dierenwelzijn. 

  • Zelf minder vlees en meer plantaardig eten kan helpen. Maar ook veranderingen bij grote landbouw- en voedselbedrijven zijn nodig om de gevolgen voor mens, dier en natuur te verminderen. De overheid speelt daar een belangrijke rol in.

Geraadpleegde bronnen

    En je weet het!

    Anderen het laten weten?

    Icoon van een abstract geïllustreerd persoon
    Een artikel door

    Carla Valentin