
Welke rol speelde Nederland in de slavernij in Brazilië?
Waarom sticht Nederland een kolonie in Brazilië?
Vanaf de 15e eeuw stichten Europese landen over de hele wereld. Ze nemen stukken land over waar waardevolle gevonden worden om hier aan te leggen en te bouwen. Vooral Spanje en Portugal spelen in het begin een belangrijke rol bij die kolonisatie en dus de internationale specerijenhandel. Deze landen werken ook nauw samen. Maar Nederland kan vanwege de Tachtigjarige Oorlog niet met deze landen handelen. Daarom begint Nederland via de zelf producten uit verschillende landen te halen en ook te verhandelen. Dit zijn geen bedrijven zoals we die nu kennen, ze mogen van de overheid zelfs geweld gebruiken bij die handel:
Om wereldwijd zo goed mogelijk te kunnen handelen, mogen de VOC en WIC geweld gebruiken en zich op plekken vestigen. Historicus Karwan Fatah-Black legt uit waarom. Bekijk de hele uitzending van Het Klokhuis (NTR) op hun site.
Een van de Portugese kolonies in die tijd is Brazilië. Dit land is belangrijk voor de internationale handel, vanwege de suiker die hier verbouwd kan worden. En suiker is in die tijd enorm winstgevend. Daarom bouwen de Portugezen hier veel . In het begin dwingen ze de Braziliaanse bevolking om daar onder slechte omstandigheden voor weinig geld te werken. Maar door ziektes en verzet moeten de Portugezen andere werknemers voor op de plantages zoeken. Portugal wordt het eerste Europese land dat grote aantallen tot slaaf gemaakte mensen uit Afrikaanse kustlanden gevangenneemt en als handelswaar verkoopt om op plantages te gaan werken.
Die suikerplantages maakt Brazilië ook interessant voor Nederland. Daarom doet de WIC meerdere pogingen om het land aan te vallen en over te nemen. In 1630 lukt het om een deel van Brazilië te veroveren, rondom de stad Recife. Hier wordt de Nederlandse kolonie Nieuw Holland gevestigd. Ook wel bekend als Nederlands-Brazilië of Nova Holanda. Dit is een van de eerste kolonies van Nederland.

Nieuw Holland (oranje) lijkt een klein gebied in Brazilië (lichtblauw). Maar dit is een heel belangrijk gebied vanwege de vruchtbare grond en toegang tot havens.
Hoe begint de Nederlandse slavenhandel in Brazilië?
In de begintijd zijn er veel conflicten in Nieuw Holland, omdat de Portugezen het gebied terug proberen te veroveren. Daarom wordt in 1637 de achterneef van Willem van Oranje naar Nieuw Holland gestuurd om te regeren: Johan Maurits van Nassau-Siegen. Hij zorgt dat het gebied zich ontwikkelt en dat de suikerhandel verder groeit. De periode dat hij regeert wordt vanuit Noord-Oost Brazilië lange tijd een ‘gouden tijdperk’ genoemd:
Sommige acties van Johan Maurits zijn positief voor de economie en cultuur in het gebied, legt historicus Bruno Miranda uit. Bekijk de hele aflevering over Nieuw Holland van Simone en de Roofstaat (Omroep Zwart) via NPO Start.
Maar voor de meeste mensen is het helemaal geen gouden tijdperk. Want Johan Maurits besluit al snel om ook tot slaaf gemaakten uit West-Afrika te halen om op de suikerplantages te werken. Dit is het begin van de Nederlandse slavenhandel. Onder zijn leiding veroveren de Nederlanders twee belangrijke forten in Ghana (Elmina) en Angola (Luanda) en worden er tienduizenden mensen uit West-Afrika gehaald en verhandeld in Brazilië.
Het eerste jaar dat Johan Maurits in Nieuw Holland is, start hij met het verhandelen van tot slaaf gemaakte personen op straat. Bekijk de hele aflevering over Nieuw Holland van Simone en de Roofstaat (Omroep Zwart) via NPO Start.
De tot slaaf gemaakten worden onder slechte omstandigheden vervoerd over zee. Waarschijnlijk overleeft ongeveer 15% deze tocht niet. En ook na aankomst in Brazilië worden ze slecht behandeld. Er is alleen weinig bekend over de precieze omstandigheden op de plantages in Nieuw Holland.
Over de slavernij algemeen weten we dat tot slaaf gemaakten lange dagen hard moeten werken en met geweld onder controle worden gehouden, bijvoorbeeld met zweepslagen. Door dit geweld, uitputting en ziektes sterven veel tot slaaf gemaakten op de plantages. Zelfs in hun slaap worden de tot slaaf gemaakten vastgeketend aan voetblokken, zoals uitgelegd in onderstaande video. Zulke voetblokken zijn ook op Braziliaanse suikerplantages gevonden.
Tot slaaf gemaakten worden ook buiten het werk om slecht behandeld. Zelfs in hun slaap kunnen ze niet vrij bewegen. Bekijk de hele documentaire Nieuw Licht - Het Rijksmuseum en de Slavernij (NTR) via NPO Start.
De slavenhandel levert veel op voor de WIC, omdat de suikerhandel hierdoor kan groeien. Daarom neemt ook de slavenhandel toe. Tegelijkertijd geeft Johan Maurits veel geld uit, te veel in de ogen van de WIC. Daarom moet hij in 1644 terug naar Nederland.
De WIC neemt het bestuur over en de conflicten in de kolonie nemen weer toe. Dat komt door de vele Portugezen die nog in het gebied wonen die, net als de tot slaaf gemaakten, vaak in opstand komen. In 1654 worden de Nederlanders officieel door de Portugezen uit het gebied verdreven. Maar pas in 1661 wordt een vredesovereenkomst De Vrede van Den Haag ondertekend, waarmee Brazilië weer officieel van Portugal is.

Schilderij van tot slaaf gemaakten in Pernambuco in Nieuw Holland.
Zacharias Wagenaer
Wat gebeurt er na de kolonie met de slavenhandel?
Wanneer de Portugezen de Nederlanders uit het gebied verjagen, betekent dit niet het einde voor de slavernij in Brazilië. De Portugezen nemen de plantages en de slavenhandel weer over. Tot slaaf gemaakten worden naast suiker nu ook ingezet op bijvoorbeeld koffieplantages en in diamantmijnen. Slavenhandel blijft belangrijk voor de Braziliaanse economie en groeit door.
De meeste slavenhandel van West-Afrika gaat over de Atlantische Oceaan naar Brazilië. Brazilië zelf wordt, onder leiding van de Portugese machthebbers, ook een belangrijke tussenschakel in deze handel. Vanuit daar worden tot slaaf gemaakten ook weer doorverkocht naar bijvoorbeeld de Spaanse kolonies op de Caribische eilanden. Waarschijnlijk brengen de Portugezen zo'n 4,8 miljoen tot slaaf gemaakte personen naar Brazilië.
Daarnaast blijft ook Nederland na de val van de kolonie een belangrijke rol spelen in de slavenhandel. De Nederlanders verplaatsen zich namelijk naar andere delen van Zuid-Amerika, zoals Suriname en Curaçao en passen hier toe wat ze in Brazilië geleerd hebben. De kolonie in Brazilië vormt daarin de basis voor de latere Nederlandse slavenhandel:
Wat de Nederlanders in Brazilië hebben geleerd over slavenhandel passen ze daarna toe in andere kolonies, zoals in Suriname. Bekijk de hele uitzending van Simone en de Roofstaat (NTR) op NPO Start.
De Nederlandse WIC tussen 1650 en 1675 verantwoordelijk voor maar liefst de helft van alle slaventransporten over de Atlantische oceaan. Hier spelen de forten Elmina en Luanda, die in de tijd van Nederlands-Brazilië zijn veroverd, een belangrijke rol in. Uiteindelijk duurt de Nederlandse slavenhandel in totaal ruim 250 jaar, waarbij minstens 600.000 mensen uit Afrika tegen hun wil verscheept worden naar andere werelddelen om dwangarbeid uit te voeren. Maar er zijn ook schattingen dat deze aantallen nog veel hoger liggen. Ruim 30.000 daarvan zijn naar de kolonie Nieuw Holland gegaan.
Fort Elmina in Ghana en Luanda in Angola
Vanaf de 15e eeuw stichten Europese landen kolonies over de hele wereld. Zo ook Nederland, de VOC vaart naar het oosten en de WIC naar het westen om kolonies te vestigen om zo waardevolle specerijen en producten te verhandelen.
Omdat in Brazilië waardevolle suikerplantages liggen, verovert de WIC hier een stuk land van de Portugezen en sticht hier de kolonie Nieuw Holland, ook wel Nederlands-Brazilië.
Johan Maurits van Nassau-Siegen regeert hier vanaf 1637. Hij besluit tot slaaf gemaakten uit West-Afrika te halen om onder zware omstandigheden op de plantages te werken. Hiermee vormt hij het begin van de Nederlandse slavenhandel.
De slavenhandel en suikerhandel leveren de WIC en Nederland veel geld op. Daarom groeien beide enorm en gaat Nederland een steeds grotere rol spelen in de internationale slavenhandel.
In 1654 worden de Nederlanders door de Portugezen weer uit Nieuw Holland verdreven. Maar dit betekent niet het einde van de slavenhandel, de Nederlanders veroveren andere kolonies en passen daar toe wat ze in Brazilië geleerd hebben. Ook in Brazilië groeit de slavenhandel door. Hier gaat de meeste slavenhandel over de Atlantische Oceaan naartoe.


