
Waarom zat er vroeger cocaïne in cola?
Presentator
Fleur Middel is presentator en online redacteur bij het NTR-geschiedenisprogramma Andere Tijden. Hier maakt en presenteert ze online content en zet ze zich in om geschiedenis en maatschappelijke thema's toegankelijk te maken voor een breed publiek. Ze studeerde Journalistiek en Communicatiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Fleur Middel
In het jaar 1893 kwam cola voor het eerst op de markt in de Verenigde Staten. Het was een apotheker genaamd John Pemberton die het drankje bedacht. Cola was toen bedoeld als een medische tonic, het moest je dus helpen met je gezondheid.
Daarom zaten er middelen in die je nu niet zomaar meer mag gebruiken, zoals of . Dat klinkt vreemd, maar in die tijd werden deze middelen nog openlijk gebruikt. Bijvoorbeeld tegen klachten als hoofdpijn, vermoeidheid en depressie. Cola moest je daar dus ook bij helpen.
De cocaïne in het drankje kwam uit cocabladeren waaruit het bekende witte poeder komt. Het andere ingrediënt was kolanoot, daarin zit veel cafeïne. Allebei zaten maar voor een klein deel in de drank. Het was dus niet zo dat je high kon worden van het drinken van cola. Maar het moest je wel helpen met je mentale helderheid.
Na ongeveer 10 jaar, in 1904, werden de regels rondom cocaïne strenger, en de publieke ideeën rond cocaïne gebruik veranderden mee. Daarom werd cocaïne uit cola gehaald. Wel zit er tot de dag van vandaag nog een extract van het cocablad in cola. Maar daar zitten geen stoffen in.
Tegenwoordig wordt cocaïne vooral gebruikt als feestdrug. Hoe we in Nederland omgaan met cocaïne ontdek je hier.
Wil je meer zien van Andere Tijden? Ga dan naar de website.