
Waarom doen we aan wij-zij denken?
Waarom willen we bij een groep horen?
Zolang de mens bestaat, leven we al in groepen. Oorspronkelijk vergroot het horen bij een groep zelfs onze overlevingskansen. Het brengt namelijk veiligheid en zekerheid. Bijvoorbeeld bij het zoeken naar eten of vechten tegen vijanden. En hoewel we tegenwoordig niet meer op die manier afhankelijk zijn van een groep om te overleven, is de behoefte om ergens bij te horen wel gebleven.
We horen niet bij maar één groep. Je bent bijvoorbeeld onderdeel van een generatie, een politieke stroming of de plek waar je woont. Al die verschillende gemeenschappen dragen bij aan wie wij zijn als persoon en hoe je je in een groep gedraagt. Want je gedraagt je waarschijnlijk net anders als je met je vrienden, bij je sportclub of op je werk bent. Door al deze groepen ben je niet alleen een ‘ik’, maar ook onderdeel van een ‘wij’. Deze behoefte om bij groepen te horen zie je tegenwoordig nog sterker, in een wereld met veel en prikkels:
Psycholoog Jean-Pierre van de Ven legt uit welke functie groepen hebben en waarom we hier juist in deze tijd behoefte aan hebben. Bekijk de hele aflevering van Dus ik volg (HUMAN) via NPO Start.
De groep (de 'wij') waar je bij hoort, heeft veel invloed op je en . Als je positief denkt over jouw omgeving ga je namelijk ook positiever over jezelf denken. Om die reden heb je meestal een voorkeur voor mensen in je eigen groep, die vaak op jou lijken en ongeveer hetzelfde denken.
Hoe ontstaat wij-zij denken?
Om zo’n positief beeld te kunnen vormen over onze eigen groep, hebben we wel een andere groep nodig om ons mee te kunnen vergelijken. Zo delen we niet alleen onszelf, maar de hele samenleving in groepen in. Waar we naar onszelf kijken als ‘wij’, kijken we naar mensen buiten onze kringen als ‘zij’. Alleen kijken we vaak een stuk minder positief naar die anderen en hebben we hier sneller een oordeel over.
Dit negatieve beeld over anderen versterkt vervolgens weer het beeld over onszelf. Het afzetten tegen een andere groep kan er namelijk voor zorgen dat je eigen groep hechter wordt en je die als nóg positiever gaat zien. Denk bijvoorbeeld aan een voetbalwedstrijd. Door een gezamenlijke tegenstander te hebben, versterkt de band tussen de supporters van jouw club. Jullie zijn een verbonden eenheid en de tegenstander staat in een slecht daglicht. En zoals de titel van dit artikel doet vermoeden noemen we dat dus wij-zij denken. Hoe dat vergelijken werkt, zie je in onderstaande video.
Vergelijking met een andere 'vijandige' groep bij muziek en sport zorgt volgens sportpsycholoog Filip Boen voor een sterkere identiteit van de eigen groep. Bekijk de hele aflevering van Dus ik volg (HUMAN) over wij-zij denken via NPO Start.
Er ontstaat zo dus een afstand tussen groepen, die door een paar dingen versterkt wordt. Bij die voetbalwedstrijd zie je dat duidelijk in de onderlinge competitie. Als groepen het gevoel hebben dat ze tegen elkaar moeten strijden, kan onderlinge vijandigheid toenemen. Dit wordt nog erger als die strijd om gaat, zoals banen of woningen. Als de ene groep het idee heeft dat de andere groep hun kansen hierop verkleint, vergroot dat wij-zij gevoel.
Is wij-zij denken erg?
Bij een sterk wij-zij gevoel zetten we ons steeds meer af tegen de andere groep. Door die vijandigheid, en vooroordelen focussen we hierbij op verschillen tussen groepen en is er minder aandacht voor wat we juist gemeen hebben. Dit zie je bijvoorbeeld bij politieke verschillen, zoals tussen ‘links’ en ‘rechts’. Mensen zien hier vooral waar ze het oneens over zijn, terwijl ze ook veel overeenkomsten kunnen hebben. Zo heerst er een wij-zij gevoel in Nederland tegenover asielzoekende personen. Maar ook binnen de groep asielzoekende personen zie je zulke verdeeldheid, legt filosoof Babah Tarawally uit in onderstaande video.
Toen filosoof Babah Tarawally als asielzoeker in Nederland kwam, zag hij direct groepsvorming en verdeeldheid onder asielzoekende personen. Dat ging zover als wie welke wc gebruikt. Bekijk de hele aflevering van Dus ik volg (HUMAN) via NPO Start.
De verschillen tussen wij en zij lijken nog groter op sociale media. Uitgesproken meningen en conflicten krijgen hier meer aandacht dan genuanceerde standpunten. Daardoor ontstaat al snel het beeld dat de samenleving uit twee tegenovergestelde kampen bestaat, terwijl de meeste mensen zich in werkelijkheid juist ergens in het midden bevinden.
Ook wordt wij-zij denken vaak slim ingezet in de politiek. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over een bepaalde groep als bedreiging of veroorzaker van problemen, denk aan of 'asielzoekers'. Door zo’n gezamenlijke vijand de schuld te geven ontstaat meer verbinding binnen de van een partij. Die gezamenlijke vijand heet een .
Door deze gevolgen van wij-zij denken kunnen mensen het gevoel krijgen dat we dus een stuk meer van andere groepen verschillen dan echt zo is. Als groepen en mensen hierdoor niet meer met elkaar in gesprek gaan of naar elkaar luisteren, kan er ontstaan:
Als verdeeldheid tot polarisatie leidt, ontstaat het risico dat mensen met een andere mening zich niet meer durven uit te spreken en vooral de luidste stemmen domineren.
© Journaal (NOS)Maar wij-zij denken en een voorkeur voor een eigen groep hoeft niet altijd te betekenen dat we ook een hekel hebben aan andere groepen. Wij-zij denken is een natuurlijke neiging die mensen helpt om een steeds ingewikkeldere samenleving in te delen. Het wordt pas problematisch als vooroordelen zo heftig worden dat mensen niet meer in gesprek gaan met elkaar of elkaar altijd als bedreiging gaan zien. Vaak blijkt dat als groepen wel in contact komen met elkaar de verschillen juist kleiner zijn dan gedacht.
Mensen delen van nature de wereld in in groepen. Zo hoor je bij een vriendengroep, politieke achterban of fanclub van een artiest of sportteam. De groep waar je bij hoort bepaalt voor een groot deel hoe we onszelf zien. Je bent niet alleen een 'ik', maar ook een 'wij'.
We delen dus niet alleen onszelf, maar ook anderen in in zulke groepen. Naast de 'wij', zijn de groepen waar we niet bij horen 'zij'.
Maar vaak hebben we sneller een negatief beeld of oordeel over die andere groepen. Dit vergroot namelijk het positieve beeld over onze eigen groep en de verbinding in die groep. 'Wij' staan hierdoor tegenover 'zij'. Dit noem je wij-zij denken.
Dit wij-zij denken versterkt door onderlinge competitie, zoals bij voetbalclubs. Maar kan ook een stuk minder onschuldig zijn, bijvoorbeeld als het om politiek gaat.
In sommige gevallen wordt de afstand tussen 'wij' en 'zij' zo groot dat er alleen aandacht is voor verschillen en niet meer voor overeenkomsten. Zo kan er polarisatie of een zondebok ontstaan.
