Rijksdag
Hoe werken de Duitse verkiezingen?

In ons buurland wordt er ook iedere vier jaar gestemd. Het kiessysteem in Duitsland is net even anders dan in Nederland. Hoe werkt dat? Waarom wisselt het aantal zetels steeds? En waarom is er een kiesdrempel?

1

Sinds wanneer is Duitsland democratisch?

Pas vanaf 1949 worden er in Duitsland democratische verkiezingen gehouden in de vorm zoals we die nu kennen. Tijdens het Duitse Keizerrijk (1871-1918) mogen enkel mannen stemmen, waardoor er wel een soort democratie is, maar geen representatieve volksvertegenwoordiging. Tijdens de Weimarrepubliek (1918-1933), die na de Eerste Wereldoorlog ontstaat, is er stemrecht voor mannen én vrouwen, maar het politieke systeem functioneert dan erg slecht: er zijn maar liefst twintig kabinetten in vijfentwintig jaar. Wanneer Hitler in 1933 de macht grijpt, verandert Duitsland in een totalitaire dictatuur, waar helemaal geen democratie is.

Duitsland verandert in een dictatuur

De verkiezingen van 1919 luiden de Weimarrepubliek in – de periode voordat Hitler de macht grijpt.

In 1933 komen Hitler en zijn partij NSDAP aan de macht. Duitsland verandert al snel in een eenpartijstaat.

De geallieerden vallen Duitsland binnen en de Duitsers geven zich over.

Na de Tweede Wereldoorlog wordt Duitsland van 1945 tot 1949 bezet door de geallieerden. Een van de doelen is om het land te democratiseren. Amerika, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Sovjet-Unie krijgen ieder een deel van het Duitse grondgebied om te besturen. Zij werken hard aan een nieuwe grondwet, die uiteindelijk op 23 mei 1949 gerealiseerd wordt. Dan is er al wel een tweedeling ontstaan tussen oost en west. Het westelijke gedeelte van Duitsland gaat verder als de Bundesrepublik Deutschland (Bondsrepubliek Duitsland). In 1955 krijgt het land zijn soevereiniteit terug. Het oostelijke gedeelte blijft, onder invloed van de Sovjet-Unie, zelfstandig onder de naam Deutsche Demokratische Republik (Duitse Democratische Republiek), in de volksmond vaker Oost-Duitsland of de DDR genoemd. De val van de Berlijnse Muur in 1989 luidt het einde van de Koude Oorlog in en een jaar later volgt de Duitse hereniging.

Duitsland wordt verdeeld onder de geallieerden.

Om te voorkomen dat het extremisme opnieuw in Duitsland toeslaat, wordt een aantal regels gehandhaafd. Ten eerste is er decentralisatie van de macht nodig: deelstaten krijgen meer macht en bevoegdheden. Dit moet voorkomen dat een nationale partij de macht kan grijpen, zoals de NSDAP heeft gedaan in 1933. Ook komt er een verbod op extremistische partijen. De neonazistische Sozialistische Reichspartei en de Communistische Partei Deutschlands krijgen geen bestaansrecht meer. Daarnaast wordt er een ‘constructieve motie van wantrouwen’ ingevoerd: de oppositie moet voldoende stemmen in het parlement krijgen om de huidige regering af te zetten. Vervolgens moet de meerderheid van het parlement binnen 48 uur een opvolger kiezen, anders is er geen afzetting mogelijk.

Ook in het hedendaagse Duitsland is er extremisme. De NPD Nationaldemokratische Partei Deutschlands ziet de ondergang van de nazidictatuur als “catastrofe”.

Sinds 1949 worden er weer democratische verkiezingen gehouden in Duitsland. Tijdens de periode 1949-1990 gebeurt dit enkel in het westelijke gedeelte. Na de Duitse hereniging doen deelstaten uit het oosten van Duitsland ook mee. Sinds 1949 zijn er acht bondskanseliers in Duitsland geweest:

Duitse bondskanseliers

Konrad Adenauer (CDU)
Konrad Adenauer (CDU), 1949-1963.
Ludwig Erhard (CDU)
Ludwig Erhard (CDU), 1963-1966.
Kurt Georg Kiesinger (CDU)
Kurt Georg Kiesinger (CDU), 1966-1969.
Willy Brandt (SPD)
Willy Brandt (SPD), 1969-1974.
Helmut Schmidt (SPD)
Helmut Schmidt (SPD), 1874-1982.
Helmut Kohl (CDU)
Helmut Kohl (CDU), 1982-1998.
Gerhard Schröder (SPD)
Gerhard Schröder (SPD), 1998-2005.
Angela Merkel (CDU)
Angela Merkel (CDU), 2005-2021.
2

Wat voor politiek systeem kent Duitsland?

Duitsland is een democratisch-parlementaire bondsstaat. Het Duitse parlement wordt de Bundestag (Bondsdag) genoemd en bestaat uit minimaal 598 zetels. De Bondsdag is het wetgevende orgaan. De bondskanselier is de regeringsleider en wordt gekozen door de leden van de Bondsdag. Ook is er een bondspresident, het eigenlijke staatshoofd. Dit is in praktijk echter een ceremoniële functie – de uitvoerende macht ligt bij de bondskanselier en de regering. Het parlement is eerst gevestigd in Bonn, maar verblijft sinds de restauratie van het Rijksdaggebouw in 1999 in Berlijn.

Rijksdaggebouw
 © ANP
3

Wat voor kiesstelsel is er in Duitsland?

Het kiesstelsel in Duitsland is gebaseerd op evenredige vertegenwoordiging, maar bevat ook elementen van een districtenstelsel en een meerderheidsstelsel. Dat laatste komt deels door de kiesdrempel van vijf procent. Een partij moet minimaal vijf procent van de stemmen behalen om in het parlement te komen. Hiermee wordt versplintering van de politiek tegengegaan. Tijdens de verkiezingen mag iedere Duitser twee stemmen uitbrengen: een stem op een lokale kandidaat en een op een landelijke partij. Beide zijn goed voor de helft van de zetels. Hierdoor bestaat de Bondsdag zowel uit lokale als landelijke vertegenwoordigers.

Een aantal oud-politici ziet de Duitse kiesdrempel van vijf procent als geschikte optie om de versplintering in Nederland tegen te gaan.

Kiesdistrict
De Erststimme (eerste stem) is te vinden op de linkerkant van het stembiljet. De Duitsers kunnen hier stemmen op een lokale vertegenwoordiger. Duitsland is verdeeld in 299 kiesdistricten – uit ieder kiesdistrict gaat één afgevaardigde door. Het gaat hier om een winner-takes-all-principe: de kandidaat met het grootste percentage stemmen gaat direct door naar de Bondsdag.

Bondsdag
De Zweitstimme (tweede stem) volgt aan de rechterkant van het biljet. Daar kan worden gestemd op een landelijke partij. Landelijke partijen mogen in iedere deelstaat meedoen, maar kleinere partijen kiezen er vaak voor om slechts in een aantal deelstaten mee te doen. Iedere partij kiest zelf zijn vertegenwoordigers. De uitslag van deze verkiezing is goed voor de andere helft van de zetels.

Stimmzettel

Een Duits stembiljet uit 2005. In de linkerkolom kan gestemd worden op een afgevaardigde uit het kiesdistrict en rechts op een landelijke partij.

Telling
Bij de telling wordt eerst gekeken naar het percentage stemmen – partijen met minder dan vijf procent vallen af. Vervolgens wordt er gekeken naar de stemmen per deelstaat. Het is de bedoeling dat de landelijke partijen vanuit de deelstaten waar zij een hoog percentage stemmen hebben gehaald ook de meeste zetels aanleveren. Daarnaast geldt nog steeds het principe van evenredige vertegenwoordiging. Dus wanneer een partij twintig procent van de stemmen haalt, behoort deze ook twintig procent van de beschikbare 598 zetels te krijgen. Maar omdat de kandidaten uit het kiesdistrict al direct verkozen zijn, moeten de beschikbare zetels eerst opgevuld worden met kandidaten uit het district - ook wel Direktmandate genoemd. Pas daarna worden de overige zetels aangevuld met partijleden uit de algemene verkiezingen.

Fragment uit het Polygoonjournaal over de verkiezingen van 1969.

Soms komt het echter voor dat een partij in een deelstaat meer directmandaten heeft gewonnen dan dat de partij aan zetels mag verdelen in die betreffende deelstaat. In dat geval mogen alle al gekozen kandidaten toch de Bondsdag in. De Duitsers noemen dit Überhangmandate (overhangmandaat). Om er toch voor te zorgen dat er sprake is van evenredige vertegenwoordiging, wordt de verhouding rechtgetrokken met het Ausgleichmandat (compensatiemandaat). De partijen zonder overhangmandaat krijgen dan extra zetels ter compensatie. Hierdoor is het mogelijk dat er meer zetels in het parlement zijn dan de voorgestelde 598 zetels.

Ook bij de deelstaatverkiezingen doen CDU en SPD er alles aan om elkaar te overtreffen.

4

Wie zijn de belangrijkste spelers in de Duitse politiek?

In Duitsland zijn er – mede door de kiesdrempel – minder partijen in het parlement te vinden dan in Nederland. Bij de Bondsdagverkiezingen gaat de strijd dan ook meestal tussen een aantal grote partijen. Momenteel zijn de zes grootste partijen:

  • Christlich Demokratische Union Deutschlands (CDU) – centrumrechts, christelijk.
  • Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) – centrumlinks, sociaaldemocratisch.
  • Freie Demokratische Partei (FDP) – liberaal.
  • Die Linke – sociaaldemocratisch, links.
  • Bündnis 90/Die Grünen– centrumlinks, groen.
  • Alternative für Deutschland (AFD) – rechts-populistisch, eurosceptisch.
De Duitse verkiezingen zijn nogal saai, maar wel belangrijk. Waarom de Duitse verkiezingen ook gevolgen hebben voor Nederland, zie je in deze video.

De CDU en SPD duelleren al jaren om de macht – de ene verkiezing in het voordeel van de een, de andere keer in het voordeel van de ander. Sinds 1949 hebben partijleiders van deze partijen dan ook altijd de rol van bondskanselier ingevuld.

De CDU is een landelijke partij, maar bestaat in de deelstaat Beieren niet. Daar is hun zusterpartij, de Christlich-Soziale Union (CSU), actief. Bij het vormen van de Bondsdag werken deze partijen samen. Deze combinatie CDU-CSU wordt dan ook wel ‘Die Union’ genoemd. De CDU is de eerste partij die na de Tweede Wereldoorlog de grootste wordt. Tot 1969 blijft de partij aan de macht, onder leiding van Konrad Adenauer, Ludwig Erhard en Kurt Georg Kiesinger. Na een aantal jaar de oppositie te hebben aangevoerd, begint vanaf 1982 het tijdperk-Kohl. Bondskanselier Helmut Kohl blijft maar liefst tot 1998 het hoofd van de regering, in een periode die draait om de Duitse hereniging. Na een partijschandaal in 1999 moet de CDU zich eerst herpakken – dit gebeurt als Angela Merkel in 2005 de eerste vrouwelijke bondskanselier van Duitsland wordt.

CDU SPD

Verkiezingsposters van de CDU en SPD in 2013.

 © ANP

De SPD is vaker aan de kant van de oppositie te vinden. Toch voert de partij van 1969 tot 1982 Duitsland aan onder leiding van Willy Brandt en Helmut Schmidt. Vanaf 1998 vormt de SPD een coalitie met De Groenen, onder Gerhard Schröder. De afgelopen jaren heeft de partij het moeilijk, net als veel andere sociaaldemocratische partijen in Europa.

Bij de Bondsdagverkiezingen van 2017 is de CDU/CSU van Angela Merkel opnieuw de grootste partij. Toch lijdt de partij een historisch verlies. De CDU/CSU komt uit op 33 procent, een verlies van 9 procent ten opzichte van 2013. Ook de sociaaldemocratische coalitiepartner SPD verliest: de partij blijft steken op 20,5 procent van de stemmen, tegenover 25,7 procent in 2013.

Merkel op de verkiezingsavond

Angela Merkel spreekt haar partijgenoten toe tijdens de verkiezingsavond op 24 september 2017. 

 © ANP

De verkiezingen kennen een grote winnaar: de rechts-populistische partij Alternative für Deutschland (AfD). Waar de partij in 2013 de kiesdrempel net niet haalt, komt AfD in 2017 met 12,6 procent van de stemmen voor het eerst in de Bondsdag. De weerstand van een deel van de bevolking tegen het ruimhartige vluchtelingenbeleid van Merkel is een belangrijke reden voor de winst van AfD.

AfD doet in aanloop naar de verkiezingen veel stof opwaaien. Een van de leiders van de partij, Alexander Gauland, betoogt bijvoorbeeld dat Duitsland een streep moet zetten onder het naziverleden. "Duitsers hebben het recht om trots te zijn op de prestaties van Duitse soldaten in de Eerste en Tweede Wereldoorlog.” In een aantal Duitse steden zijn op de verkiezingsavond betogingen tegen de verkiezing van AfD in de Bondsdag.

Alexander Gauland van de AfD
Alexander Gauland van de AfD kwam in opspraak nadat hij zei dat Duitsland een streep moet zetten onder het naziverleden.
 © ANP

De verkiezingen van september 2021 beloven ongekend spannend te worden. De CDU/SCU-combinatie staat er in de peilingen slecht voor en Angela Merkel stopt na de verkiezingen als parlementslid en bondskanselier. Haar vertrek leidde tot een leiderschapscrisis bij de partij, wat de weg vrijmaakt voor andere partijen. Een partij als Die Grünen doet het bijvoorbeeld verrassend goed in de peilingen. De grote vraag is dus: welke partij wordt de grootste en wie gaat het stokje van Merkel overnemen?

Annalena Baerbock
Annalena Baerbock maakt als lijsttrekker van Bündnis 90/Die Grünen kans om bondskanselier te worden. Als 40-jarige is ze de jongste kandidaat ooit.
 © ANP

In het kort

  • Er worden sinds 1949 democratische verkiezingen gehouden in Duitsland. Als gevolg van de Tweede Wereldoorlog vindt er decentralisatie van de politieke macht plaats en worden extremistische partijen verboden.

  • Eens in de vier jaar wordt er gestemd. Duitsers stemmen tweemaal: eerst op een kandidaat uit het kiesdistrict en vervolgens op een landelijke partij.

  • Er is een kiesdrempel ingesteld ter voorkoming van versplintering. Hierdoor bestaat het Duitse parlement uit een klein aantal grotere partijen

  • Bij de verkiezingen van 2017 blijft de CDU/CSU van Angela Merkel de grootste partij, ondanks een historisch verlies van bijna negen procent. Grote winnaar is het rechts-populistische Alternative für Deutschland (AfD). 

  • In 2021 belooft het spannend te worden. Merkel stopt als parlementslid en bondskanselier dus de grote vraag is: wie neemt het stokje over? 

En je weet het!

Anderen het laten weten?

Ook interessant

om te weten